Terug op school

De schrijver heeft als kind maandenlang dwars gelegen om niet naar een gewone middelbare school in Londen te hoeven, maar naar de Camberwell School of Arts and Crafts te kunnen gaan. Het was een soort ambachtsschool voor kunst en kunstnijverheid. De jonge David Jones ontwikkelde er zijn teken- en illustreertalent en koos er uiteindelijk de richting van de autonome kunst. Toen hij zijn diploma had gehaald, brak de Grote Oorlog uit. En de rest is geschiedenis die hier is na te lezen.

The Green Knight Bows to Gawain’s Blow – Clive Hicks-Jenkins

Tegenwoordig is de school een van de erkende kunstacademies van het land en in november en december 2018 is er een tentoonstelling ter ere van de oud-leerling, getiteld A Mythic Understanding: Inspired by David Jones waar werk van Jones te zien zal zijn, naast dat van velen die door hem zijn geïnspireerd. Meer informatie achter de titel van de tentoonstelling.

Bewondering

Robin Robertson heeft een boek geschreven dat ze in Engeland een ‘verse novel’ noemen. Het heet The Long Take en hij is ermee genomineerd voor de Man Booker Prize. De Britse krant The Guardian is er heel enthousiast over en heeft de schrijver ook onderworpen aan de reeks ‘het boek dat’: het boek dat u had willen schrijven, het boek dat u niet uit kreeg, het boek dat u cadeau doet, enzovoort. Hij noemt drie boeken die hij wel ‘zonder de ermee gepaard gaande lichamelijke of geestelijke schade’ op zijn naam had willen hebben staan: Ulysses van Joyce, Onder de vulkaan van Lowry en Tussentijd van Jones.

Bij ‘het boek dat mijn schrijven heeft beïnvloed’ valt nog maar één naam: ‘Het werk van David Jones – niet alleen de poëzie en essays, maar ook de gravures, tekeningen, aquarellen en vooral de geschilderde inscripties. Ik hoop maar dat mijn bewondering voor zijn schrijven niet verzandt in na-aperij.’

Lees het hele artikel met de titel Robin Robertson: ‘The poetry world is polarised. I’m in the middle, vaguely appalled’

Eén van de tien beste boeken van 2017

Dat is Tussentijd, vinden de mensen van één van de beste boekhandels van Nederland, Donner. En ze willen graag dat de klanten bepalen welk boek het beste is van die tien en dus kun je in tijden van gemeenteraadsverkiezingen en een referendum in Nederland ook stemmen op een boek. Bovendien maak je dan kans op een boekenbon. Ga naar de site van Donner en stem op lijst 5: Tussentijd. www.donner.nl/donner-boekenprijs-2018

collage van de tien omslagen

Het boek dat zich uit de boekenkast liet vallen

Tussentijd bouwt zoals veel klassieke literatuur voort op talloze mythen en legendes. Maar het put niet alleen veelvuldig uit bijvoorbeeld oude Welshe verhalen en gedichten, het schept zelf ook nieuwe mythen.

Richard Burton tijdens een van zijn vele radio-opnamen [fotograaf onbekend]

Richard Burton, beroemd acteur en Welshman, heeft op het toneel en het filmdoek zijn talenten ontplooid, maar ook achter de radiomicrofoon bleek hij met zijn stem velen te kunnen verleiden. Hij heeft poëzievoordrachten voor de radio gedaan en hoorspelen. Bekend is zijn rol als de verteller in Under Milk Wood van Dylan Thomas, maar hij heeft ook meegewerkt aan een radioversie van David Jones’ Tussentijd. En vermoedelijk is hij toen verslingerd geraakt aan het werk. In onderstaande videoclip vertelt zijn dochter Kate Burton dat het boek altijd op zijn nachtkastje lag en zelfs op reis steevast met hem meeging. Op een dag was hij het kwijt en kon hij het nergens vinden. Ontdaan zocht hij door zijn bibliotheek tot hij achter zich een boek uit de kast hoorde vallen. Hij keerde zich om en zag: Tussentijd.

In de clip hoor je hem een kort stuk voordragen dat allerlei oude motieven en verhalen door elkaar vlecht. Het komt in het boek direct na het hier al eerder besproken fragment over ‘de wouden van heel de wereld waaraan de macht is ons de ingewanden te beroeren’.

   Mensen komen er altijd tot hun vreugde of tot hun ondergang. Komen met lichte tred, gerust van hart en vrij van studie; wandelen op een lommerrijke feestdag met verwanten en vrienden; komen verstrengeld met eerste geliefde — om geërgerd door de wirwar te ploeteren, om zich heen te slaan, het groen te kneuzen.
   Komen bij het vallen van de avond in hinderlaag liggen. 
Vinden een schuilplaats bij een overlevende.
Delen met de vogelvrijverklaarden hun ongedesemd brood.
   Komen voor goede vorsten afgezet door kwaadaardige belangen.
Wachten, wachten lang op — 
met de gebroken mensen, nestelen bij de das en de marter tot de tijd daar is dat hij terugkomt en door de woestenij roept om zijn uitverkorenen.

 

Verpletterend, briljant

Piet Gerbrandy heeft de tijd genomen voor zijn recensie van Tussentijd in de eerste Nederlandse Boekengids van 2018 en dat betaalt zich uit in meer inzicht in het boek. Hij is duidelijk gegrepen door het werk. ‘Drie jaar diende Jones in de loopgraven, daarna kostte het hem bijna twintig jaar om een vorm te vinden die geschikt was voor wat hij erover wilde zeggen. Het resultaat is een zinderend prozagedicht in zeven delen, aangevuld met wonderlijke aantekeningen die vaak niet zozeer iets verklaren als wel het web van associaties vergroten en compliceren. Dat Hans Kloos erin geslaagd is het werk in swingend en indringend Nederlands te vertalen is niet minder dan een heroïsche prestatie, zeker omdat Jones vaak binnen één zin van stijlregister wisselt: verheven epiek, ambtelijk jargon, populaire liedjes en grove soldatentaal lopen voortdurend door elkaar.’

...Abel toen zijn broer hem vond

…Abel toen zijn broer hem vond – Kaïn doodt Abel, Jan Harmensz. Muller, naar Cornelis Cornelisz. van Haarlem, 1587 – 1591 (collectie Rijksmuseum)

Wat in deze bespreking vooral naar voren komt is de continuïteit en de breuk. In het oorlogsbedrijf, zoals Jones zelf ook in zijn inleiding en noten keer op keer beklemtoont. En in literaire zin.
Die voortgang van een traditie komt sterk naar voren in de zogenaamde grootspraak van Dai Overjas, een lyrische evocatie van momenten en personen uit het krijgsverleden waarmee de grootspreker zichzelf en zijn strijdmakkers verbonden weet. Gerbrandy haalt het begin ervan aan. Ik citeer hier een iets langer stuk:

    Mijn vaderen35 stonden aan de zijde van de Zwarte Vorst van Wales
bij de toorn
van de blinde Boheemse koning.
Zij dienden op deze velden,
het staat in de historiën voor u te lezen, korporaal — jongens van Gower waren ze — het staat geschreven — jawel.
    En Methusalem dan, Daaf?
Ik was bij Abel toen zijn broer hem vond,
onder het groene hout.
Ik bouwde een schijthuis voor Artaxerxes.A
Ik was de speer in Balins hand
        die koning Pellams land tot een woestenij maakte.
Ik pakte de gladde stenen uit de beek,
ik was bij Saul
en speelde voor hem.
Ik zag hem gewapend als Derfel Gatheren.B
Ik het voslopend vuur
                dat verteert op het tarweland;
en in het staande graan van Cantium een poging deed tot een opstelling — (tussen donkere augustuseiken schoten hun bonte lijven heen en weer)C

En zo gaat het zo’n vijf bladzijden lang door van de allereerste moord tot aan een heel nabij verleden waarin Britse, bijbelse, Griekse, Romeinse, Europese, Perzische, Afrikaanse, Indiase, Russische geschiedenis allemaal aan elkaar geregen worden in een vorm die traditie is en er tegelijk mee breekt.

In zijn noten – voor deze vijf bladzijden maakt hij zelfs een eigen notenapparaat met letters in plaats van cijfers – geeft Jones aan dat de grootspraak een oud literair genre is dat al bekend is uit de bijbel en andere klassieke werken. Zelf heeft hij zich hier onder andere laten inspireren door de mythische Welshe bard Taliesin en door de woorden van Jezus uit Johannes 8:58. En in de taal klinken ook echo’s uit de oude literaturen, maar in de wilde, lyrische, niet rijmende vorm breekt hij met alle voorgaande tradities. Dat is de kracht van dit werk, dat het de breuk laat samengaan met het voortzetten van de traditie.

De classicus Gerbrandy ziet ook de verbanden met de klassieke mythologie en literatuur. In de ‘koningin van het woud’ herkent hij de wrede godin Diana. En in de passages waarin zij voorkomt, ziet hij dat Jones ‘de verschrikkingen van de oorlog koppelt aan pure, zelfs tedere schoonheid, waarmee hij zich een waardig erfgenaam van Homerus betoont’.

En die voortzetting en breuk vindt ook plaats in het krijgsbedrijf van de Eerste Wereldoorlog, zoals Gerbrandy terecht opmerkt: ‘De oorlog had iets gewoons, iets rommeligs. Dat veranderde in 1916, toen het grote verdelgen begon. Tussentijd laat zien hoe een in de menselijke natuur ingebed verschijnsel onverhoeds omslaat in een onthutsende machinerie die aan elke humaniteit een einde maakt, waarbij niettemin de mogelijkheid wordt opengelaten dat Moeder Aarde ook deze puinhoop weer in zich zal opnemen. Dit is een verpletterend boek, in een briljante vertaling.’

Wie wil kan hier Gerbrandy’s volledige recensie lezen: https://www.athenaeum.nl/leesfragmenten/2018/de-nederlandse-boekengids-2018-1
En hieronder kun je een redelijk ingehouden Michael Sheen de grootspraak uit het origineel horen voordragen met het Welshe accent van Dai’s geboortegrond die ook de zijne is.

Jones en Jones, Disney en Cash

In het vierde, middelste deel van Tussentijd horen John Ball en zijn pelotongenoten klanken uit de loopgraven van de Duitsers komen, zo dicht zitten ze op elkaar. Een Duitser speelt Es ist ein Ros entsprungen op een accordeon.

Ook de Britten, Schotten op deze foto, hadden soldaten die accordeon speelden in de loopgraven. © IWM (Q 48958)

Vanuit de Britse loopgraaf komt een antwoord op dit kerstlied:

    Twee man in de traverse mondorgelden;
vier man zongen mee
            Casey Jones klom op zijn machine
            Casey Jones met zijn orders in zijn hand.17
Dat dichterbij,
dat heel uitzonderlijk alleenstaand,
zijn harmonie tenietdeed,
ter ere
van dit uitzonderlijke, ondeelbare
Nieuwe Licht
over de stille ochtend ter ere.
Dit getrekharmonicade
Goede Nieuws
van die
barbaren
die vieze
vuile Hanswursten.
    Betoveren maar,
Rotherhithe –
verzoop de hufters op
Christusmis in de morgen.

In noot 17 verwijst Jones naar Casey Jones als een music-halllied. Het ontstond in 1900 en ten tijde van de oorlog bestonden er al heel veel versies, zo populair was het. In eerste instantie lijkt het slechts alsof het ene populaire lied – er bestaat ook een nog altijd geliefde Nederlandse versie van, Er is een roos ontloken – beantwoord wordt met een ander. Ook het Engelse lied overleeft de Eerste Wereldoorlog en duikt daarna in allerlei gedaantes op. Zelfs Walt Disney ontfermt zich erover en maakt er een korte tekenfilm van: The Brave Engineer.

Tot op de dag vandaag zijn treintjes in een aantal Disneyparken daarnaar gemodelleerd. Want de ‘engineer’ uit de titel was een treinmachinist. Later in de jaren vijftig wordt er zelfs een televisieserie Lees verder

11 november

‘Neem 11 november. Voor Nederlanders een dag als alle andere, of de dag waarop het begin van het camavalsseizoen gevierd wordt. Bij onze zuiderburen daarentegen, heeft die dag een heel andere lading. Daar waar de loopgraven liepen, leeft het besef van wat ’De Grote Oorlog’ aanrichtte wel, en wordt op 11 november de wapenstilstand van 1918 herdacht.
Wie de kerkhoven in de Vlaamse Westhoek bezoekt — de Duitse evenzeer als de geallieerde — krijgt er iets van rnee. Wie dat niet kan, maar er toch iets van wil ervaren, doet er goed aan Tussentijd eens te lezen.’ Zo opent een lovende recensie in het Katholiek Nieuwsblad van een dag eerder.

11 november 1918, vreugdetaferelen in het Amerikaanse Philadelphia na het nieuws van de wapenstilstand

De recensent vindt het ‘een fascinerend boek’. ‘Hoe verder je komt, hoe meer het werk de vraag oproept of hier een schrijver de juiste vorm koos om een verscheurende ervaring weer te geven, of dat een verscheurende ervaring een nieuwe literaire stijl mee geboren deed worden.’ Wie de uitvoerige biografie heeft gelezen, zal weten dat ook in dit geval de kip de moeder van het ei is én het ei de voortbrenger van de kip. ‘Geen boek om in een ruk uit te lezen, maar knap geschreven, en erg effectief —  hulde voor vertaler Hans Kloos.’

Die vertaler woont in een deel van Nederland waar op 11 november noch het begin van carnaval noch het einde van WOI wordt gevierd. Hooguit belt een kluitje kinderen aan en dan klinkt bij het openzwaaien van de deur: 11 november is de dag dat mijn lichtje, dat mijn lichtje, 11 november is de dag dat mijn lichtje branden mag. Het kluitje hoopt dat het zingprevelen tot snoepuitdeling leidt bij de toegezongene.
Nieuwsbulletins maken gewag van carnaval en het snoepfeestje, maar niet van Armistice Day, ook wel Remembrance Day geheten, de laatste – de meningen verschillen wanneer men ermee moet beginnen – dag waarop in Groot-Brittannië in groten getale de klaproos wordt gedragen om de gevallenen te herdenken. Zelfs voetbalclubs verwerken de poppy tegenwoordig in het shirt. Misschien moeten de Nederlandse media volgend jaar, als het precies een eeuw geleden is dat die wapenstilstand is gesloten, maar eens een ander lichtje laten schijnen.

[De volledige recensie is te lezen op de site van het tijdschrift. Wie meer wil weten over de etiquette van het klaproos-dragen en hoe die weer tot controverses leidt, kan hier meer lezen.]

Het gebed van Bruce Chatwin

Ascendat in nobis (ca 1961)
© the Estate of David Jones

Zoals Tussentijd bibliothecarissen het hoofd doet breken in welke categorie zij het boek nu moeten onderbrengen – mijn advies: zet een exemplaar bij proza, poëzie en geschiedenis – zo moet het voor museumconservatoren lastig zijn een deel van David Jones’ beeldende werk te classificeren.
In de jaren twintig begon hij al voor zichzelf te experimenteren met gegraveerde, en op den duur steeds meer getekende en geschilderde letterwerken, meestal een citaat dat hij gestalte gaf in een grafisch blok van woorden die veelal uit een soort kapitalen waren opgetrokken.

Er zijn in het Engels meerdere aanduidingen voor. Nicolete Gray inventariseerde die werken onder de titel Painted Inscriptions of David Jones, andere noemen het ‘letterings’ en ook in het Nederlands is het lastig er een adequate term voor te vinden.

Een hier al eerder getoonde gravure bij The Rime of the Ancient Mariner uit 1929 lijkt een voorbode van deze lettervormen en de teksten waarmee Tussentijd opent en sluit lijken er een typografische variant van.

openingspagina, motto en slotpagina van Tussentijd naast elkaar

In de tijd dat zijn posttraumatische stresstoornis Jones in zijn greep had, was hij fysiek amper in staat om te schilderen. Het is één van de redenen dat hij is gaan schrijven en zijn letterwerken is gaan maken. Dat lukte hem nog net wel.

Onlangs stond er in The Guardian een stuk over Bruce Chatwin omdat het 40 jaar geleden is dat In Patagonië voor het eerst verscheen. Daarin dook ineens de naam van David Jones op. “In al zijn woningen had Bruce een gebed in de vorm van een Latijnse inscriptie door kunstenaar-dichter David Jones: ‘Heilige aartsengel Michaël verdedig ons in de strijd opdat wij niet vergaan bij het verschrikkelijk oordeel.’ Toen hij ziek werd, had hij het altijd bij zich in al het geheen-en-weer tussen ziekenhuizen.”

Er is nog geen foto opgedoken van Chatwin met de bede die hem blijkbaar een grote troost is geweest in zijn laatste dagen. Jones’ lettervorm zelf is wel opgenomen in het boek van Gray:

Sancte Michaël, reproductie in het boek van Gray
© the Estate of David Jones

Dylan, David en Dai

Dylan Thomas was een fan van David Jones. Thomas schijnt geen last te hebben gehad van valse bescheidenheid. Dus duidt deze uitspraak van hem op echte bewondering: ‘Ik zou maar al te graag iets hebben gemaakt wat even goed is als wat David Jones maakt’.

Dylan Thomas

Dylan Thomas bij de BBC

Vandaar dat hij vermoedelijk niet alleen om den brode heeft meegewerkt aan de verhoorspelling door de BBC van zowel Tussentijd als The Anathemata. Jones had gemengde gevoelens over de uitzendingen en uitvoeringen. Zelfs Richard Burton ontving geen lof, maar de dichter was elke keer wel content met de bijdrage van zijn collega Dylan Thomas die zijn stem gaf aan Dai Overjas. Dai is de Welshe variant van David en Jones heeft zich zijn leven lang in het soort overjas gehuld dat hij aan het front al droeg. Het personage is op zijn minst in naam een zelfportret.

De BBC heeft op de eigen site een kort stukje geplaatst uit Dai’s grootspraak, de centrale lyrische monoloog van het vierde, middelste deel. Het wordt in- en uitgeleid door de echtgenote van de opnameleider en is hier te beluisteren.

Meer dan

Auden door Hockney op de omslag van de Collected Poems – al lijkt hij hier weggelopen uit het oeuvre van Peter van Straaten

Ook het NRC heeft Tussentijd inmiddels ontdekt en haalt inleider Mortier aan en W.H. Auden met zijn oordeel dat dit ‘het beste boek over de Eerste Wereldoorlog’ is. Nu ‘voor het eerst, zeer secuur, vertaald in het Nederlands’, aldus de recensente die vooral lijkt te willen zeggen dat het boek groter, rijker is dan in het bestek van de korte recensie is uit te drukken.

‘Het is meer dan het dagboek van een soldaat, meer dan een reeks oorlogsherinneringen, meer dan een verzameling verhalende gedichten, het is alsof je meeloopt op exercitie – in het donker – terwijl Jones minutieus beschrijft wat er voor en wat er achter je gebeurt.’

Al beschrijft Jones gelukkig meer dan alleen het dwalen in het donker, zoals de lezers inmiddels zullen weten. Wie het artikel uit de krant van 27-10-2017 wil lezen, kan dat hier doen.